Als je hart breekt

Het was een stralende dinsdagmiddag, 8 mei 2001, toen om een uur of twee de deurbel ging. Toen ik de deur opende, zag ik twee mannen staan.

‘Goedemiddag, recherche Harlingen,’ zei één van hen terwijl ze hun identificatie lieten zien.

‘Mogen we even binnenkomen, we willen u graag even spreken.’

’Wat heb ik gedaan?’ schoot door mijn hoofd.

‘Het gaat om een ernstige zaak. Een zeer ernstige zaak.’ vervolgde één van hen.

‘Sipke, heeft Sipke wat gedaan?’ Weer dat stemmetje in mijn hoofd.

‘Klopt het dat je ouders op vakantie zijn in Portugal?’ vroegen ze.

‘Ja.’ zei ik.

‘Ze zijn dood.’

Stilte.

Beelden van mijn ouders die met hun camper van een steile weg af zijn gestort flitsten door mijn hoofd.

‘Erger nog, ze zijn vermoord.’

NEE! schreeuwde het stemmetje. Tegelijkertijd zag ik mijn ouders bedwelmd in de camper liggen, een recent krantenbericht in mijn achterhoofd.

Nog steeds stonden de rechercheurs voor de deur. Ik deed een stap achteruit en liet ze binnen. Ik wist niet wat ik moest zeggen, wat ik moest denken en wat ik moest voelen.

Ik voelde niks.

Ineens was alles anders.

Als iemand mij van te voren had verteld dat ik op 33-jarige leeftijd mijn beide ouders in één klap zou verliezen, had ik diegene waarschijnlijk keihard uitgelachen. Dat zoiets mij zou kunnen overkomen was simpelweg nog nooit in mijn gedachten opgekomen. Ik was geschokt als zoiets in het nieuws was, maar dat bleef het ook: een krantenbericht. Ver van mijn bed. Ik heb mezelf nooit voor willen stellen hoe het zou zijn.

Ik kan me nog zo goed herinneren dat ik maandenlang nadat het gebeurd was, wakker werd en wist dat er iets was. Het duurde dan altijd even een paar seconden tot het doordrong wát er was. En ook elke dag kwam het besef dat het geen nare droom was, maar de harde niet-te-geloven werkelijkheid.

Een werkelijkheid die ik lange tijd niet kon voelen. Het was alsof er een glazen plaat tussen mijn hoofd en mijn hart zat: ik wist het, maar ik kon niet bij het verdriet komen. Er leek een soort overlevingsdrang tevoorschijn te komen waarin ik heel goed was om tegen mezelf te zeggen dat ik door moest gaan. Niet zeuren maar dragen. Of beter nog: heel hard weglopen.

Flink zijn

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik tijdens mijn opleiding tot mediator bij een simpele oefening heel erg geconfronteerd werd met mijn eigen verdriet. Op het moment dat onze docent de opdracht gaf om elkaar te ondervragen over onze laatste vakantie, bekroop mij een heel onbehaaglijk gevoel, dat door mijn hele lichaam ging. Ik voelde onrust en mijn hart ging als een razende te keer. Tranen prikten achter mijn ogen en ik gebruikte al mijn energie om ze te daar te laten blijven. Om mezelf te beschermen, klampte ik me vast aan mijn zwager, vriend en compagnon Henk, met wie ik de opleiding volgde. Ik wilde deze oefening beslist niet met een onbekende uit de groep doen.

Nadat ik aan Henk vertelde wat er met mij gebeurde, kwam ook één van de trainers even kijken hoe het ons verging met de uitvoering van de oefening.

Het kostte mij moeite om mijn verhaal te doen. Ik voelde een mengeling van schaamte, bezwaardheid, overvallen voelen en verdriet. Ze zei: ‘Dit verdriet hoort bij jou. Het is wie je bent. Dat mag je toelaten.’  En hoewel ik geroerd was door haar woorden, dacht ik ‘Ja, duh, dat gaat niet gebeuren.’

Mijn verdriet mocht er lange tijd niet zijn. ‘Ik ben niet zielig. Ik moet flink zijn. Ik moet vooral niet opvallen en normaal doen. Schouders eronder en door gaan. Het is al zo lang geleden, het is klaar nu.’ Het was alleen nog lang niet klaar. Zelfs na 16 jaar niet.

Inmiddels zijn we een aantal jaren verder en vraag ik me af waarom mijn verdriet er niet mocht zijn. Waarom voelde ik die schaamte? Waarom voelde ik mij zo bezwaard? Waarom liet ik het mij elke keer overvallen en negeerde ik keer op keer alle signalen die mijn lichaam mij gaf?

Als je huwelijk niet meer werkt en een scheiding de enige optie lijkt, dan gebeurt er in jouw leven ook iets wat je van te voren niet had bedacht. Je voelt de grond onder je voeten weg zakken, misschien voel je schaamte, angst en boosheid maar je zult ongetwijfeld ook verdriet voelen.

In de scheidingen die ik inmiddels begeleid heb, zie ik de mensen met wie ik werk door precies hetzelfde proces van afscheid nemen gaan, elk op hun eigen manier. Zoals Manu Keirse zo mooi zegt: ‘Verdriet is als een vingerafdruk: voor iedereen herkenbaar en toch zijn geen twee vingerafdrukken gelijk. De lijnen lopen elke keer anders en vormen een uniek patroon. Elk verwerkingsproces verloopt anders.’ Ik zag dezelfde pijn, dezelfde worsteling, dezelfde kwetsbaarheid, dezelfde onzekerheid en heel veel verschillende manieren om daarmee om te gaan. Ik kreeg een enorme spiegel voorgehouden.

Ik kan dan ook niet anders dan mijn verhaal delen. In de mediation vraag ik juist aan de mensen met wie ik werk om hun verdriet de ruimte te geven. Ik weet nu dat verdriet niet verstopt, maar juist gehoord moet worden. Pas dan kan je gebroken hart helen. Dat doet de tijd niet, dat moet je echt zelf doen.

Mijn verhaal

Ik was gelukkig getrouwd met Sipke. Samen waren we de koning te rijk met onze twee prachtige kinderen (zoon van 2, dochter van 6 jaar). Bovendien hadden we net een nieuw huis gekocht waar we ons erg op verheugden. Hoe vaak koop je tenslotte een heel nieuw huis?

Het huis zou bijna opgeleverd worden en we waren druk bezig met het uitzoeken van alle dingen die uitgezocht moesten worden, zoals een keuken, vloerbedekking, gordijnen en noem maar op. Daarnaast hadden zowel Sipke als ik gesolliciteerd naar een andere baan. De toekomst lachte ons toe en we waren vastbesloten om daar alles uit te halen wat er in zat.

Op een stralende dag in mei 2001 werd alles, in één klap, anders. Op het moment dat de rechercheurs mij vertelden dat mijn ouders waren vermoord, werd alle vaste grond onder mijn voeten weggevaagd en kwamen we in een heel andere wereld terecht.

Het heeft lang geduurd voordat ik kon bevatten dat ik mijn leven niet meer met mijn ouders zou kunnen delen. Ze nooit zouden zien hoe ons nieuwe huis was geworden. En mijn kinderen nooit meer bij opa en oma zouden logeren. Alles was voor het laatst geweest, er zou nergens een volgende keer komen. En dat terwijl mijn ouders in de bloei van hun leven waren: mijn moeder was 52, mijn vader 54.

Er brak een hele hectische periode aan, waarin we te maken kregen met heel veel zaken die geregeld moesten worden, waarin we afscheid moesten nemen, waarin we opnieuw begonnen, waarin we veel verdriet, maar ook veel geluk ervoeren. Waarin ons nieuwe huis niet een lust, maar juist een last was. Waarin we heel veel vragen hadden. Het heeft een jaar geduurd, tot de rechtszaak, voordat we wisten wat er was gebeurd. En pas toen kon onze verwerking beginnen.

We besloten om vooruit te kijken en verder te gaan. Het had immers geen zin om woede te blijven voelen omdat we daarmee mijn ouders niet terug zouden krijgen. We moesten leren dat we het verleden, dat we altijd met ons mee zouden dragen, niet konden veranderen en er niks anders restte dan het te accepteren.

We hadden allebei bewust gekozen voor een part time baan zodat er altijd één van ons thuis bij de kinderen kon zijn. Omdat we er graag met z’n 4-en op uit trokken, tikten we een caravan op de kop. We gingen de tuin inrichten met leuke speeltoestellen voor de kinderen. We wilden alleen maar hele goede ouders zijn en genieten van elkaar.

Net toen we ons leven weer een beetje op hadden gepakt en het nieuwe huis eindelijk thuis werd, kregen we het nieuws dat het met Sipke niet goed was. Dat het heel slecht was. Dat Sipke longkanker had, met uitzaaiingen in de lever en de botten. Dat dit ongeneeslijk was en Sipke nog hooguit drie tot zes maanden te leven had. ‘Dat kan niet.’, was het enige dat ik kon denken. ‘Hoe kan ik verder zonder mijn geliefde echtgenoot, de geweldige vader van mijn kinderen?’

Na de verslagenheid, kwam de vastbeslotenheid om de tijd die we nog samen hadden optimaal te benutten. Natuurlijk hebben we nog lang de hoop gehad dat het goed zou komen, omdat we allebei niet wilden accepteren dat het op zou houden. Vooral voor onze nog zo jonge kinderen. Onze kinderen, die net geconfronteerd waren met het definitieve van de dood. Onze kinderen die, of we dat nou wilden of niet, een deel van onze angst en zorgen hadden meegekregen. Onze kinderen die we zo vurig een onbezorgde jeugd hadden gegund. Onze kinderen, voor wie we lange tijd niet de ouders hadden kunnen zijn die we wilden zijn omdat we zo in beslag werden genomen door alles wat geregeld moest worden.

Sipke onderging allerlei behandelingen. We zijn stad en land afgereisd om alternatieve geneeswijzen te proberen, toen bleek dat de chemo’s geen effect meer hadden. We hebben heel veel geld uitgegeven aan instanties die ons genezing beloofden, maar achteraf alleen hun eigen belang nastreefden.

Uiteindelijk, toen we wisten dat we binnen afzienbare tijd afscheid moesten nemen, hebben we over de begrafenis gesproken, wat lange tijd taboe was omdat we allebei liever onze kop in het zand staken dan dat we de werkelijkheid onder ogen wilden zien.

Negen maanden na de diagnose, op 30 september 2003, werd de verschrikkelijke angst werkelijkheid en werden we gescheiden door de dood.

Binnen nog geen twee en een half jaar was ons leven totaal anders geworden. Ik wilde niets liever dan weer aan het werk en een normaal leven hebben. Ik was daartoe alleen jammergenoeg een lange tijd niet in staat.

In de tussentijd was het bedrijf waar ik werkte verhuisd naar een plaats 70 kilometer verderop. Hoewel ik niks liever wilde dan daar blijven werken, ik had een hele leuke baan met super collega’s, wist ik dat het door de extra reistijd voor mij op dat moment niet haalbaar was. Ik kon en wilde mijn kinderen, die net hun vader hadden verloren, niet steeds naar de oppas brengen. Ik wist dat ik er voor ze moest zijn. Ik wilde ook niet anders. Dus nam ik uiteindelijk ontslag. En weer moest ik afscheid nemen.

Daar zat ik: een nieuw huis, geen baan meer, geen man, geen vader voor mijn kinderen en geen ouders om op terug te kunnen vallen. Ik voelde me compleet stuurloos, had geen idee welke kant ik op moest. “Laat me alleen. Alleen met al mijn verdriet.”

Stil staan

Als ik terugkijk dan hebben er in heel korte tijd veel enerverende gebeurtenissen in mijn leven plaatsgevonden. Afscheid nemen van de mensen die een deel van mij waren, begrafenissen regelen, de rechtszaak bijwonen, drie verhuizingen (waaronder het leeghalen van mijn ouderlijk huis), drie keer een nieuwe baan en ook een nieuwe liefde, om maar even een aantal zaken te noemen. Want er was nog veel meer.

Het is jarenlang gelukt om te blijven weglopen en door te gaan alsof er niks gebeurd was, omdat ik niet verdrietig wilde zijn om dingen die ik toch niet kon veranderen. Het gevolg was dat ik een wandelend hoofd werd: ik had geen verbinding meer met mijn wezen, wat zich uitte in steeds terugkomende depressies. Voor mezelf en zeker ook voor mijn gezin een rottige periode. Ik had het gevoel constant aan het vechten te zijn.

Gevoelsmatig heb ik uiteindelijk de keuze gemaakt om de opleiding tot mediator te gaan volgen, in eerste instantie om mezelf te ontwikkelen. Pas toen ik daadwerkelijk als mediator aan het werk ging, zag ik hoe goed dit past bij mijn kwaliteiten, talenten, waarden en vooral ook bij mijn verhaal.

Wanneer een relatie beëindigt, doet dat waanzinnig veel pijn. Het is ook een belangrijk keerpunt, een bepalend moment in je leven waarop je een beslissing moet nemen. Je zit in een dieptepunt. Dan kun je daar, zoals ik lang heb gedaan, heel hard voor weglopen. Het gevolg is dat het verdriet met je mee gaat en je jezelf dan veroordeelt tot een half leven. Het kost namelijk veel energie om je gevoelens te onderdrukken. Energie die je veel beter op een andere manier kunt gebruiken.

Ik heb geleerd dat als je de moed hebt om je pijn te voelen, je deze tegenslag kunt gebruiken als kans om jezelf te bevrijden van alle manieren waarop je je zelf hebt tegen gehouden. Als ik dit eerder had geweten, dan had ik mezelf, en zeker ook mijn gezin, vele jaren van ‘een half leven’ kunnen besparen. Dan had ik veel meer van de jeugd van mijn kinderen kunnen genieten.

Een succesvolle scheiding

Wat ik geleerd heb, wil ik graag met je delen. In de hoop dat jij volop van de jeugd van je kinderen kunt blijven genieten en je er voor ze kunt zijn, ondanks het verdriet dat jullie allemaal hebben.  Ik weet nu dat er veel moois uit voort kan komen.

Het is een feit dat je tussen twee werelden in zit wanneer je relatie aan zijn eind komt. Je bent niet langer de persoon die je was en ook nog niet de persoon die je moet worden. Je moet je weg opnieuw vinden. En wat is er mooier dan zelf te kunnen kiezen welke weg je gaat, niet ondanks, maar dankzij de scheiding? Je hoeft die brug niet alleen te slaan.

Omdat ik je graag wil ondersteunen en dat ook op de goede manier wil doen, onderbouwd met bewezen kwaliteit, ben ik op zoek gegaan naar een mooi coachprogramma. Dat heb ik gevonden bij Succesvol Scheiden Nederland. Wanda Vendrig heeft als professional vele jaren ervaring in het begeleiden van scheidingen. Wanda is scheidingscoach, kindercoach, speltherapeute, trainer en ervaringsdeskundige. Ze heeft vanuit die wetenschap een praktisch programma ontwikkeld en uitvoering getest, waarmee jij je scheiding tot een succes kunt maken zodat je werkelijk het belang van je kinderen voorop kunt stellen. Inmiddels zijn er al vele coaches die succesvol met dit programma werken. Want scheiden kun je leren. Als jij er voor kiest om van deze tegenslag juist te groeien, dan is dit programma voor jou. Ik vertel je er graag over tijdens een vrijblijvend oriënterend gesprek. Als je jezelf dit programma gunt en ook echt voor een succesvolle scheiding kiest, ben je van harte welkom.